top of page

Het Ministerie van Moeten

2 dagen geleden
7 minuten om te lezen

Een overheidsinstantie die officieel is opgeheven, maar waarvan het personeel weigert naar huis te gaan.


Op de planeet Elaria stond ooit een enorm gebouw: Het Ministerie van Moeten.

Het was een indrukwekkend bouwwerk van zevenendertig verdiepingen, opgetrokken uit grijs beton, met ramen die niet open konden en een hoofdingang waarboven in gouden letters stond: WAT MOET, DAT MOET.


Niemand wist precies wie het ministerie ooit had opgericht. Zelfs de oudste bewoners konden zich geen tijd herinneren waarin het niet bestond. Het was verreweg de grootste werkgever van de planeet. Er waren afdelingen voor Sociale Verplichtingen, Schuldgevoel, Verwachtingsmanagement en Uitgestelde Ontspanning. De afdeling Schuldgevoel was vierentwintig uur per dag geopend en kende geen vakantiedagen.


Op de derde verdieping bevond zich het bijzonder drukbezochte loket Ja Maar Wat Als?, waar ambtenaren zich bezighielden met problemen die nog niet bestonden, maar onder bepaalde omstandigheden wellicht ooit zouden kunnen ontstaan. Daarvoor waren speciale formulieren ontwikkeld. Formulier JMWA-17 bijvoorbeeld, voor situaties waarin iemand mogelijk teleurgesteld zou kunnen raken wanneer een ander iets niet deed wat die ander eigenlijk helemaal niet wilde doen. Het formulier telde achtenveertig pagina's.

In drievoud.

De afdeling werkte nauw samen met een speciaal crisisteam dat onmiddellijk werd ingeschakeld wanneer een bewoner de onverstandige uitspraak deed:

'Zo. Volgens mij ben ik klaar voor vandaag.'

Dat was doorgaans het startsein voor een nieuwe administratieve uitdaging.

Er moest immers worden onderzocht of werkelijk álle werkzaamheden waren afgerond, of er misschien nog iets was blijven liggen en of de betreffende bewoner niet alvast iets kon voorbereiden voor morgen. In ernstige gevallen werd zelfs de afdeling Schuldgevoel ingeschakeld. Die wist altijd nog wel iets te vinden.


Op de bovenste verdieping zetelde de minister van Productiviteit, de heer P. Restatie.

Een buitengewoon nerveuze man die zijn horloge gemiddeld drieëntwintig keer per uur controleerde en tijdens zijn vakantie vergaderingen organiseerde over hoe hij zijn vrije tijd efficiënter kon besteden.

Hij had ooit geprobeerd een zonsondergang in te korten omdat deze volgens hem onnodig lang duurde.

De zon had daar niet op gereageerd.

Dat werd genoteerd als een gebrek aan medewerking.


De grote opheffing

Op een dag gebeurde er iets ongehoords. Een Elariër had op een doordeweekse middag in haar tuin gezeten. Zonder boek. Zonder telefoon. Zonder een lijstje met dingen die ze ondertussen ook nog had kunnen doen. Ze had gewoon naar een vlinder gekeken.

Zevenentwintig minuten lang.


Toen haar buurman vroeg wat ze aan het doen was, had ze geantwoord: 'Niets.'

De buurman had onmiddellijk het Ministerie van Moeten gebeld. Binnen tien minuten stonden er drie ambtenaren voor haar tuinhek, gewapend met klemborden en een spoedmachtiging tot Nuttige Tijdsbesteding.

'Volgens onze gegevens heeft u zojuist zevenentwintig minuten verloren,' zei de oudste ambtenaar.

'Nee hoor,' antwoordde de vrouw. 'Ik heb ze meegemaakt.'

De ambtenaren keken elkaar aan. Dit was een antwoord waarvoor geen formulier bestond.

De zaak werd geëscaleerd naar de afdeling Ongewenste Zelfstandigheid. Maar het was al te laat. Het verhaal verspreidde zich over de planeet. Steeds meer bewoners begonnen vreemde dingen te doen. Ze gingen wandelen zonder stappenteller. Ze lazen boeken zonder daar iets van te hoeven leren. Ze zeiden uitnodigingen af zonder een ingewikkeld excuus te verzinnen. En op een woensdagmiddag besloot een man zijn administratie niet te doen. Gewoon omdat hij er geen zin in had.


Het ministerie riep de noodtoestand uit. De minister van Productiviteit hield een persconferentie waarin hij verklaarde dat de samenleving op instorten stond.

'Als iedereen zomaar gaat doen waar hij behoefte aan heeft, wie gaat er dan nog alle dingen doen die niemand eigenlijk wil doen?'


Niemand kon die vraag beantwoorden. Vooral omdat niemand begreep waarom dat noodzakelijk zou zijn. Uiteindelijk besloten de Elariërs tijdens een buitengewone volksvergadering het ministerie op te heffen. Het besluit werd met overweldigende meerderheid aangenomen. De ambtenaren werden naar huis gestuurd. De formulieren gingen bij het oud papier. De minister van Productiviteit kreeg een hangmat cadeau.

Hij diende onmiddellijk bezwaar in omdat er geen handleiding bij zat.


De Eerste Hulp Bij Aardsgedoe

Niet iedereen had overigens op de officiële opheffing van het ministerie gewacht.

Al jaren bestond er op de planeet een kleine, enigszins chaotische hulpdienst die zich bezighield met problemen waarvoor niemand een formulier wilde invullen.

De Eerste Hulp Bij Aardsgedoe... Kortweg EHBA.


De hulpdienst was gevestigd in een scheefgezakt pand aan de rand van het dorpsplein.

Ook hiervan wist niemand precies wanneer de organisatie was opgericht.

Volgens sommige bewoners was dat gebeurd nadat iemand voor de derde keer een aanvraag had moeten indienen om een kapotte deurklink te mogen repareren.

Volgens anderen was het begonnen met een vrouw die tijdens een vergadering was opgestaan, had gezegd 'Wat een gedoe allemaal' en vervolgens zelf het probleem was gaan oplossen.

Beide verhalen werden als historisch aannemelijk beschouwd. De EHBA kende geen officiële openingstijden. Problemen hielden zich daar immers ook niet aan.

Er was geen wachtkamer, want wie wilde wachten, kon dat net zo goed thuis doen.

Aan de muur hing een bord met het officiële motto:

'Niet alles wat opgelost moet worden, had überhaupt een probleem hoeven zijn.'


De medewerkers beschikten over een indrukwekkende verzameling theekopjes, een gereedschapskist waarvan niemand precies wist wat erin zat en een bijzonder goed ontwikkeld gevoel voor onzin. Problemen werden bij voorkeur opgelost met gezond verstand, een creatieve omweg en een flinke dosis humor. Hun belangrijkste instrument was een vraag die binnen het Ministerie van Moeten strikt verboden was:

'Maar waarom eigenlijk?'


Die vraag had in het verleden al drie complete afdelingen overbodig gemaakt.

Sindsdien werd hij beschouwd als een gevaar voor de bureaucratische stabiliteit.

Op een ochtend verscheen een zichtbaar geëmotioneerde man bij de EHBA.

'Ik heb een probleem,' zei hij.

'Dat kan,' antwoordde de dienstdoende medewerker, terwijl ze thee inschonk.

'Ik moet morgen naar een verjaardag waar ik helemaal niet naartoe wil.'

'Waarom?'

'Omdat ik ben uitgenodigd.'

'Nee, waarom moet u erheen?'

De man keek haar verbijsterd aan.

'Omdat... omdat...'

Hij zweeg.

De medewerker schoof hem een kop thee toe.

De man dacht na... Lang... Heel lang....

Toen begon hij voorzichtig te glimlachen.

'Ik geloof dat ik helemaal niet hoef.'

'Kijk eens aan,' zei de medewerker. 'Nog een koekje?'

De man vertrok een kwartier later. Zijn probleem was opgelost. De afdeling Sociale Verplichtingen diende daarop een officiële klacht in wegens ongeoorloofde vereenvoudiging. De EHBA stuurde een koekje terug.


Een onverwacht probleem

Aanvankelijk leek de opheffing van het Ministerie van Moeten een groot succes.

De bewoners haalden opgelucht adem. Er werden feestjes georganiseerd zonder draaiboek. Mensen gingen op bezoek zonder drie weken van tevoren een datumprikker rond te sturen. En iemand begon zelfs aan een creatieve hobby zonder onmiddellijk te onderzoeken of er een verdienmodel aan verbonden kon worden. Maar al snel bleek dat het Ministerie van Moeten een bijzonder hardnekkige organisatie was.


Want hoewel het gebouw inmiddels leegstond, hadden de ambtenaren zich in de loop der jaren op een andere plek gevestigd: ...In de hoofden van de bewoners.

En daar bleken ze uitstekend te kunnen functioneren zonder kantoor, salaris of officiële aanstelling. Sterker nog: ze werkten harder dan ooit.


Neem bijvoorbeeld de zondagmorgen van mevrouw Elaria. Ze lag nog in bed toen er ergens achter haar voorhoofd een belletje rinkelde.

'Goedemorgen!' klonk een opgewekte stem. 'Afdeling Dagelijkse Productiviteit. Wat gaan we vandaag allemaal bereiken?'

'Niets,' mompelde Elaria.

Er viel een stilte.

'Pardon?'

'Niets.'

Ze hoorde het geritsel van papieren.

'Maar mevrouw, volgens onze gegevens is het zondag.'

'Dat klopt.'

'En het is prachtig weer.'

'Ook dat klopt.'

'Dan zou u kunnen wandelen. Of uw website verbeteren. Uw administratie bijwerken. Een nieuwsbrief schrijven. De keukenkastjes uitzoeken. Of eindelijk eens die cursus volgen die u drie jaar geleden heeft gekocht.'

'Ik ben ziek.'

Een korte stilte.

'Dat is vervelend,' zei de ambtenaar. 'Heeft u daar een bewijs van?'

'Ik lig te hoesten in bed.'

'Dat valt onder zelfrapportage, mevrouw. Daar kunnen wij helaas geen rechten aan ontlenen.'


Elaria draaide zich om.

'Ik ga slapen.'

'Uitstekend! Slaap is belangrijk voor uw productiviteit. Hoe laat verwacht u weer inzetbaar te zijn?'

Ze trok het dekbed over haar hoofd. De ambtenaar kuchte. 'Misschien kunt u ondertussen alvast nadenken over hoe u straks uw achterstand gaat inhalen?'


Elaria ging rechtop zitten, pakte haar agenda van het nachtkastje en sloeg hem met een ferme klap dicht. Er klonk een doffe bons. De ambtenaar was flauwgevallen.


Het verzet

Het nieuws over de flauwgevallen ambtenaar verspreidde zich razendsnel door de interne netwerken van het voormalige ministerie. De afdeling Schuldgevoel stuurde onmiddellijk versterking. 'Mevrouw Elaria?' klonk even later een zachte, bezorgde stem.

'Wat nu weer?'

'Wij maken ons een beetje zorgen.'

'Waarover?'

'Over de mensen die u misschien teleurstelt door vandaag niets te doen.'

'Welke mensen?'

'Dat weten we nog niet, maar we achten de kans aanzienlijk dat er ergens iemand is die iets van u verwacht.'

'Dan wacht die maar.'

Er klonk een geschrokken ademhaling.

'Mevrouw, zo kunnen we natuurlijk niet met elkaar omgaan.'

'Blijkbaar wel.'


De verbinding werd verbroken. Op het voormalige ministerie gingen alle alarmbellen af.

Voor het eerst in de geschiedenis was een bewoner erin geslaagd twee ambtenaren op één ochtend buiten werking te stellen. De minister van Productiviteit werd onmiddellijk op de hoogte gebracht. Hij bestempelde het incident als een ernstige bedreiging voor de openbare orde en liet een spoedvergadering beleggen. De uitnodiging werd verstuurd naar alle voormalige medewerkers van het inmiddels opgeheven ministerie. Inclusief een verplichte aanwezigheidsbevestiging.


Een buitengewone vergadering

Diezelfde middag kwamen de voormalige ambtenaren bijeen in de kelder van het verlaten ministerie. De minister stond voor een whiteboard waarop met grote letters geschreven stond: CRISIS: MENSEN DOEN WAAR ZE ZIN IN HEBBEN.


'Collega's,' begon hij plechtig, 'wij staan voor een ongekende bedreiging.'

De chef van de afdeling Schuldgevoel stak zijn hand op.

'Kunnen we de bewoners niet gewoon vertellen dat ze egoïstisch zijn?'

'Dat hebben we geprobeerd.'

'En?'

'Sommigen zeggen inmiddels dank u wel.'


Er ging een golf van ontzetting door de zaal. De directeur Verwachtingsmanagement schoof zijn bril omhoog. 'Misschien moeten we onze strategie aanpassen. We kunnen hen vertellen dat rust nemen óók iets is wat ze goed moeten doen.' De minister keek op.

'Leg uit.'

'We introduceren een verplicht ontspanningsprogramma. Met ademhalingsoefeningen, mindfulness, dagelijkse reflectie en een voortgangsrapportage.'

'Uitstekend!'

'En natuurlijk een app waarin ze kunnen bijhouden hoe goed ze ontspannen.'

De minister straalde.

'Met een streefpercentage?'

'Minimaal vijfentachtig procent ontspanning per week.'

'En wie dat niet haalt?'

'Die krijgt een herinnering dat hij beter voor zichzelf moet zorgen.'

De zaal barstte uit in applaus. Het Ministerie van Moeten was terug. Ditmaal vermomd als het Ministerie van Zelfzorg.


Een nieuwe afdeling


Satirische officiële brief van het Ministerie van Zelfzorg op Planeet Elaria, waarin bewoners verplicht worden hun ontspanning te plannen en te registreren via formulier ZG-24.
Brief van het Ministerie van Zelfzorg

Enkele weken later ontvingen alle Elariërs een officiële brief van het Ministerie van Zelfzorg.


Mevrouw Elaria las de brief aan haar keukentafel. Ze nam een slok thee. Draaide het papier om en schreef op de achterkant: NEE!


Vervolgens gebruikte ze de brief als onderzetter.





Ergens diep in het voormalige ministerie kreeg de minister van Productiviteit een zenuwinzinking. Zijn assistent adviseerde hem dringend wat meer rust te nemen.

Daarop vroeg de minister om een formulier.


Bij de Eerste Hulp Bij Aardsgedoe kwam die middag een melding binnen.

Een zekere P. Restatie had dringend hulp nodig bij het ontspannen. De dienstdoende medewerker las het bericht, keek naar de stapel formulieren die de man had meegestuurd en zuchtte. 'Dat wordt een hele klus.'

Haar collega keek over haar schouder mee.

'Wat is het probleem?'

'Hij wil weten hoe hij niets moet doen.'

De collega dacht even na.

'Dan moet hij misschien beginnen met ophouden.'

Ze dronken hun thee op.

En besloten dat het voor vandaag wel genoeg was.

Er ging geen alarm af.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page